Wat is SIBO?

SIBO (Small Intestinal Bacterial Overgrowth) is een aandoening waarbij er veel te veel bacteriën in de dunne darm aanwezig zijn, een plek waar normaal maar weinig bacteriën zitten. Die bacteriën fermenteren voedsel voordat je lichaam het goed heeft kunnen verteren. Dat verstoort je spijsvertering en leidt tot tal van klachten, ook buiten je buik.

Symptomen van een SIBO

SIBO kan verschillende symptomen veroorzaken, waaronder:

  • Opgeblazen gevoel, vooral bij koolhydraten en vezelrijke voedingsmiddelen
  • Winderigheid
  • Buikpijn en krampen
  • Diarree, obstipatie of een afwisseling van beiden
  • Drijvende, vettige ontlasting
  • Misselijkheid
  • Reflux na de maaltijd
  • Snel een overvol gevoel bij eten
  • Brain fog
  • Vermoeidheid, depressie, burn-out
  • Onbedoeld gewichtsverlies
  • Voedselintoleranties
  • Spier- en gewrichtspijnen
  • Huidklachten zoals urticaria, exceem,…

Oorzaken van SIBO

SIBO ontstaat zelden zomaar. Meestal is er een vertraging in de zogenaamde oro-cecale transittijd — de tijd die voedsel nodig heeft om van mond tot dikke darm te reizen. Hoe langer voedselresten in de dunne darm blijven liggen, hoe meer tijd bacteriën krijgen om zich daar te vestigen en te fermenteren.

De meest voorkomende oorzaken zijn:

  • vertraagde maaglediging en darmbeweging
  • verminderde maagzuurproductie
  • een doorgemaakte voedselvergiftiging of darminfectie
  • langdurig gebruik van bepaalde medicatie, zoals antibiotica, maagzuurremmers, corticosteroïden en immunosuppressiva
  • chronische aandoeningen zoals het prikkelbare darm syndroom (PDS), colitis ulcerosa, de ziekte van Crohn, schildklierproblemen, diabetes
  • chronische stress
  • eerdere buikoperaties of anatomische bijzonderheden

Diagnose en behandeling

SIBO komt voor bij ongeveer 2,5 tot 22% van de algemene bevolking. De aandoening wordt meestal vastgesteld met een ademtest, waarbij waterstof en methaan gemeten worden. Deze gassen worden geproduceerd door de bacteriën in de dunne darm en kunnen in de adem opgevangen worden. Bij een overgroei in de dunne darm is er een overmatige aanwezigheid van deze afvalstoffen.
Indien nodig, kunnen de methaanvormende en sulfaatreducrende bacteriën vastgesteld kunnen worden in een uitgebreid stoelgangonderzoek.

De behandeling combineert meestal gerichte voeding, eliminatie van de overgroei, darmherstel en behandeling van de onderliggende oorzaak.

Onze aanpak

We luisteren eerst, met aandacht voor jouw verhaal en jouw noden. Je klachten, voorgeschiedenis, hoe je jou voelt en je levensstijl vormen het startpunt van alles.

Via een gerichte testen zoals de ademtest en stoelgangonderzoek brengen we het type en de ernst van jouw SIBO in kaart. Eventueel wordt aangevuld met een bloedtest waarin we intoleranties, allergieën en voedingstekorten onderzoeken.

We pakken de bacteriële overgroei gericht aan — afgestemd op jouw type, niet op een standaardprotocol.

Stap voor stap herstel je de darm, het microbioom, bouw je voeding terug op en vul je tekorten aan.

We zetten hier in op het herstel van de verschillende betrokken organen. We volgen op, sturen bij waar nodig en zorgen dat de klachten niet terugkomen.

SIBO – EXPERT

Kelly Bens

Wat is SIBO?

SIBO staat voor Small Intestinal Bacterial Overgrowth, of in het Nederlands: een bacteriële overgroei in de dunne darm. Het gaat specifiek om een abnormale toename van bacteriën die normaal vooral in de dikke darm leven, maar die zich nu in de dunne darm vestigen — een plek die van nature maar weinig microben bevat.

Nauw verwant, maar toch een apart te onderscheiden aandoening, is IMO: Intestinal Methanogen Overgrowth. Hierbij gaat het niet om bacteriën, maar om archaea (een aparte categorie eencellige micro-organismen), met als belangrijkste soort Methanobrevibacter smithii. Deze archaea zetten waterstofgas om in methaangas, wat een ander klachtenpatroon geeft dan klassieke SIBO. Vroeger werd IMO “methaan-dominante SIBO” genoemd, maar omdat archaea biologisch gezien geen bacteriën zijn, gebruikt men nu liever de term IMO.

Bij beide aandoeningen verschuift de plek waar voedsel wordt gefermenteerd: normaal gebeurt dat pas in het laatste stukje van de dunne darm en in de dikke darm, ver genoeg zodat het grootste deel van je voeding al is opgenomen. Bij SIBO en IMO verschuift die fermentatie naar het begin van de dunne darm, waardoor zowel makkelijk als moeilijk verteerbare koolhydraten al vroeg door bacteriën worden afgebroken — met gasvorming en klachten als gevolg.

SIBO wordt vaak over het hoofd gezien, omdat de klachten sterk overlappen met die van het prikkelbare darmsyndroom (PDS). Onderzoek wijst erop dat een aanzienlijk deel van de mensen met een PDS-diagnose in werkelijkheid (ook) met SIBO te maken heeft.

Symptomen van SIBO

De klachten van SIBO ontstaan door een combinatie van factoren: verminderde opname van voedingsstoffen, een veranderde darmwand-doorlaatbaarheid, ontsteking en een geactiveerd immuunsysteem — allemaal het gevolg van abnormale bacteriële fermentatie in de dunne darm.

Veel voorkomende buikklachten (bij meer dan twee derde van de mensen met SIBO):

  • een opgeblazen, bolle buik, meestal binnen het uur na het eten
  • overmatige winderigheid, soms met een onaangename geur
  • buikkrampen en een rommelende, borrelende buik
  • een wisselende stoelgang: diarree, obstipatie, of een afwisseling van beide
  • boeren of reflux na de maaltijd
  • Klachten buiten de buik (minder bekend, maar wel degelijk beschreven in de literatuur):
    • vermoeidheid en concentratieproblemen (“brain fog”)
    • huidklachten
    • hoofdpijn
    • gewrichtspijn
    • angst- en stemmingsklachten

Bij langdurige, onbehandelde SIBO kan malabsorptie ontstaan: gewichtsverlies of moeite om op gewicht te blijven, vettige, drijvende ontlasting (steatorroe), tekorten aan vitamines en een verminderd eiwitgehalte in het blood.

Een herkenbaar signaal is dat klachten verergeren bij het gebruik van vezels, prebiotica of probiotica — omdat die net de bacteriën in de dunne darm extra voeden. Net omdat de klachten zo weinig specifiek zijn, is het moeilijk om SIBO louter op basis van symptomen te onderscheiden van andere darmaandoeningen.

De vier types SIBO

Niet elke SIBO is hetzelfde. Welke bacteriën (of archaea) de overgroei veroorzaken, bepaalt grotendeels welke klachten je krijgt.

1. Waterstof-dominante SIBO (SIBO-H2). De meest gediagnosticeerde vorm. Bacteriën fermenteren koolhydraten tot waterstofgas. Deze vorm hangt samen met het diarree-type van het prikkelbare darmsyndroom (PDS-D).

2. IMO — methaan-dominant. Imo is de afkorting van Intestinal Methane Overgrowth, oftewel een overgroei van methaan vormende bacteriën. Hier zetten archaea (vooral Methanobrevibacter smithii) waterstof om in methaangas. Methaan vertraagt de darmbeweging, wat samenhangt met het obstipatie-type van het prikkelbare darm syndroom (PDS-C). Hoe hoger het methaangehalte, hoe uitgesprokener de obstipatie meestal is. Waterstof-SIBO en IMO komen overigens vaak tegelijk voor.

3. Gemengd type (methaan-waterstof-dominant). Een combinatie van de twee voorgaande types, met kenmerken van zowel diarree als obstipatie.

4. Waterstofsulfide-dominante SIBO (SIBO-H2S). Een minder bekende, maar steeds vaker herkende vorm. Sulfaatreducerende bacteriën produceren waterstofsulfide — het gas met de typische rotte-eierengeur. Verhoogde waarden hangen samen met het diarree-type van PDS. Deze vorm wordt vaak gemist bij een klassieke ademtest en vraagt een specifiekere test, zoals een stoelgangonderzoek.

De natuurlijke beschermingsmechanismen van je darm

Je spijsverteringsstelsel heeft van nature verschillende manieren om te voorkomen dat bacteriën zich ophopen in de dunne darm. SIBO ontstaat doorgaans pas wanneer een of meerdere van deze mechanismen verstoord zijn:

1) Voorwaartse barrière

Maagzuur. De zuurtegraad van de maag houdt het aantal microben in maag en eerste deel van de dunne darm laag. Een verminderde maagzuurproductie — bijvoorbeeld door langdurig gebruik van maagzuurremmers, leveraandoeningen of maagontstekingen — wordt in onderzoek consistent gelinkt aan een hoger risico op SIBO.

De migrerende motorcomplex (MMC). Dit is de “schoonmaakbeweging” van je dunne darm tijdens het vasten: spierbewegingen die voedselresten en bacteriën verder de darm in duwen, zodat ze zich niet ophopen. De MMC wordt aangestuurd door hormonen (zoals motiline) en het zenuwstelsel, en kan verstoord raken door bepaalde aandoeningen (zoals neuropathie) of medicatie (zoals opioïden).

Pancreasenzymen en gal. Deze zorgen niet alleen voor een goede vertering, maar breken ook actief bacteriën af. Een verminderde pancreasfunctie is een gekende risicofactor voor SIBO.

2) Achterwaartse barrière

De darmwand en het immuunsysteem. Slijmvlies, gunstige darmbacteriën, antimicrobiële eiwitten en antilichamen (IgA) vormen samen een barrière tegen ongewenste kolonisatie. Wanneer deze barrière verstoord is, kan dat zowel tot SIBO leiden als er net het gevolg van zijn.

De ileocecale klep. Deze klep tussen dunne en dikke darm voorkomt dat bacteriën uit de dikke darm terugstromen naar de dunne darm. Een te lage druk in deze klep — of het ontbreken ervan na een operatie — verhoogt het risico op SIBO aanzienlijk.

Je eigen, gezonde darmflora of microbioom. De gezonde bacteriën die normaal in je darm leven, produceren stoffen die de darmwand voeden en verhinderen dat ongewenste bacteriën zich vestigen. Als er onvoldoende gezonde bacteriën aanwezig zijn, of er is onvoldoende diversiteit, kan dat het ecosysteem van je darm verstoren. Op zijn beurt kan dat je spijsvertering verstoren, constipatie veroorzaken ect. Zo’n onevenwicht kan ook SIBO mee in de hand werken.

3) Aansturende barrière

Schildklier. Wanneer de schildklier vertraagd werkt, vertraagt ook de maaglediging en de spijsvertering, wat op zich mee een SIBO kan veroorzaken.

Oorzaken: hoe ontstaat SIBO?

SIBO ontstaat zelden zomaar. Meestal is er een vertraging in de zogenaamde oro-cecale transittijd — de tijd die voedsel nodig heeft om van mond tot dikke darm te reizen. Hoe langer voedselresten in de dunne darm blijven liggen, hoe meer tijd bacteriën krijgen om zich daar te vestigen en te fermenteren.

Concreet zijn de meest voorkomende oorzaken:

  • een vertraagde darmbeweging (motiliteitsstoornis), vaak door een verstoorde MMC
  • een verminderde maagzuurproductie, waardoor bacteriën de maag makkelijker overleven
  • ongezonde voeding met een hoog suiker-, witmeelgehalte of alcoholgebruik en het eten van veel kleine porties verspreid over de dag
  • terugstroming van darminhoud vanuit de dikke darm door een slecht functionerende ileocecale klep
  • chronische stress, die de darmbeweging en spijsverteringssappen beïnvloedt via de verbinding tussen darm en zenuwstelsel — meer hierover lees je bij onze nervus vagus therapie en ademhalingstherapie
  • eerdere buikoperaties (zoals een darmresectie of een gastric bypass) of anatomische bijzonderheden
  • een doorgemaakte voedselvergiftiging of darminfectie (zoals de buikgriep)
  • langdurig gebruik van bepaalde medicatie, zoals maagzuurremmers, opioïden of — zoals onderzoek aantoont — corticosteroïden en immunosuppressiva
  • darmziektes zoals de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, diverticulitis
  • aandoeningen die de lediging van de darm vertraagd zoals hypothyreoïdie, diabetes, leverziektes, prikkelbare darmsyndroom, auto-immuunaandoeningen, coeliakie,

Dit is meteen waarom een dieet alleen vaak niet genoeg is: zolang de onderliggende oorzaak niet wordt aangepakt, duikt SIBO na een tijdje weer op.

SIBO en andere aandoeningen

SIBO komt vaak samen voor met andere gezondheidsproblemen. Literatuuronderzoek brengt deze gelinkte aandoeningen onder in verschillende groepen, waaronder spijsverteringsaandoeningen (zoals PDS, leververvetting, de ziekte van Crohn, coeliakie en pancreatitis), auto-immuunaandoeningen, hart- en vaatziekten, stofwisselingsaandoeningen (zoals diabetes en obesitas), schildklieraandoeningen, nieraandoeningen, huidaandoeningen (zoals rosacea en psoriasis), neurologische aandoeningen, en enkele andere, meer specifieke groepen.

Belangrijk om hierbij te beseffen: bij veel van deze verbanden is het niet duidelijk of SIBO de oorzaak is, een gevolg is, of dat beide samenhangen met een bredere verstoring van de darmflora. Het aantonen van een verband is dus niet hetzelfde als het aantonen van een oorzakelijk verband. Daarom is het zo belangrijk om bij terugkerende, onverklaarde klachten een grondige uitlevering te doen in plaats van een aandoening louter op basis van klachten te veronderstellen.

Hoe wordt SIBO vastgesteld?

Er bestaat geen enkele, algemeen erkende gouden standaardtest voor SIBO — verschillende methoden hebben elk hun eigen voor- en nadelen.

De ademtest. De meest gebruikte methode is een ademtest met glucose of lactulose. Je drinkt een suikeroplossing, waarna op vaste tijdstippen de hoeveelheid waterstof- en methaangas in je adem wordt gemeten — gassen die enkel door bacteriële fermentatie kunnen ontstaan, nooit door het menselijk lichaam zelf. Volgens de internationale consensusrichtlijnen wijst een stijging van 20 ppm of meer waterstof binnen 90 minuten op waterstof-dominante SIBO, en een methaanwaarde van 10 ppm of meer op IMO (sommige richtlijnen gebruiken een strengere drempel: een stijging van 10 ppm waterstof binnen 60 minuten).

Lactulose is gevoeliger maar minder specifiek dan glucose (met een hoger risico op vals-positieve resultaten, vooral bij een snelle darmpassage of diarree); glucose is specifieker maar minder gevoelig, en wordt sneller opgenomen waardoor overgroei verder in de dunne darm gemist kan worden.

Voorbereiding op de test is cruciaal voor een betrouwbaar resultaat: geen antibiotica in de 4 weken voordien, geen maagzuurremmers, darmbewegingsbevorderende medicatie of laxeermiddelen in de week voordien, 8 tot 12 uur vasten voor de test, geen complexe koolhydraten 24 uur voordien, en niet roken op de testdag zelf.

Naast de test zelf wordt vaak ook gekeken naar je voedingspatroon, klachtenpatroon en medische voorgeschiedenis, om de onderliggende oorzaak te achterhalen — niet enkel de overgroei zelf.

Afname van darmsap (duodenale aspiratie). Tijdens een endoscopie wordt vocht uit de dunne darm afgenomen en in een labo gekweekt en geteld. Dit wordt door velen als de meest betrouwbare methode beschouwd, maar is ook invasief, tijdrovend (door de nood aan endoscopie en eventueel sedatie) en duurder. Daardoor wordt het in de praktijk maar zelden gebruikt.

Stoelgangonderzoek. Sommige bacteriën zoals de methaanreducerende en de H2S vormende bacteriën kan je vaststellen in een specifiek stoelgangonderzoek waarbij het microbioom in kaart wordt gebracht.

Bij Manos kan je terecht voor de ademtest en een uitgebreid stoelgangonderzoek waarbij je microbioom wordt onderzocht. Maak hier een afspraak.

Hoe behandel je SIBO?

Een effectieve SIBO-behandeling werkt meestal in drie stappen, waarbij de exacte aanpak afhangt van het type SIBO en de onderliggende oorzaak.

  1. Het lichaam voorbereiden. Hier werken we reeds aan de onderliggende oorzaak en bereiden we het lichaam voor op de volgende stap. Denken we aan ontgifting, de darmbeweging verbeteren, spijsvertering verbeteren, het maagzuur op peil brengen, stress aanpakken, de voeding aanpakken ect.
  2. De overgroei verminderen. Hier kan gekozen worden om de strijd aan te gaan via een probiotische weg: gezonde bacteriën toevoegen om de overgroei zo stil te leggen en af te remmen. Indien dit niet aanslaat of als de kans laag wordt ingeschat dat dit voldoende is, kan een antibiotische weg nodig zijn. In de reguliere geneeskunde wordt hiervoor antibiotica gebruikt. Er bestaat echter een een risico op resistentie en niet bij iedereen is er een slaagkans. Voor wie een meer natuurlijke aanpak verkiest, bestaan ook natuurlijke kruidenmiddelen met antimicrobiële eigenschappen. Deze weg is wellicht trager dan antibiotica, maar vergroot de slaagkans op eliminatie.
  3. De darm laten herstellen. Eens de overgroei onder controle is, moet het darmslijmvlies herstellen en moet de darmflora opnieuw in balans komen. Hier speelt voeding een centrale rol, samen met gerichte ondersteuning van de darmwand.
  4. Terugval voorkomen. Omdat SIBO vaak terugkomt als de onderliggende oorzaak blijft bestaan, is de laatste en belangrijkste stap het blijven wegwerken van die oorzaak. Dat vraagt soms tijd en geduld.

Een belangrijke kanttekening: ondanks een correcte behandeling houdt ongeveer 30 tot 40% van de mensen met SIBO klachten, vaak door bijkomende factoren zoals voedselintoleranties of een tekort aan bepaalde spijsverteringsenzymen. Dit onderstreept waarom een grondige, individuele uitlevering minstens zo belangrijk is als de behandeling van de overgroei zelf — en waarom volledig herstel niet altijd in één keer lukt: bij veel mensen wisselen periodes van verbetering en terugval elkaar af.

Bij Manos pakken we dit aan via orthomoleculaire maag- en darmtherapie: een grondige intake van je klachten en voedingspatroon, een gerichte aanpak van de overgroei en een traject op maat voor herstel en preventie van terugval — in plaats van een eenmalig dieet of een losse supplementkuur. Maak hier een afspraak.

Voedingstekorten bij SIBO

SIBO wordt vaak onderschat als oorzaak van een verstoorde voedingstoestand. Verschillende mechanismen liggen hieraan ten grondslag:

  • Schade aan het darmslijmvlies. Aanhoudende ontsteking kan de darmvlokken afvlakken en het aantal spijsverteringsenzymes aan het darmoppervlak verminderen, waardoor het opnameoppervlak kleiner wordt.
  • Concurrentie om voedingsstoffen. Bacteriën “eten mee” van bepaalde vitamines, vooral vitamine B12 en ijzer — twee van de meest beschreven tekorten bij SIBO.
  • Verstoorde galzuurstofwisseling. De gunstige bacteriën in je darm zetten galzuren normaal op een specifieke manier om. Bij SIBO verschuift dat proces, waardoor er te vroeg “vrije” galzuren ontstaan. Dat verstoort de opname van vet en de vetoplosbare vitamines A, D en E. Vitamine K blijft daarbij meestal gespaard, omdat bepaalde bacteriën deze vitamine net zelf kunnen aanmaken.

Deze tekorten ontstaan sluipend en worden niet altijd herkend, net omdat ze zich voordoen naast — en soms los van — de buikklachten zelf. Het is dan ook zinvol om bij langdurige SIBO-klachten ook je voedingsstatus (bijvoorbeeld ijzer- en vitamine B12-waarden) te laten nakijken.

SIBO en je dieet

Tijdens de actieve behandelfase wordt vaak gewerkt met een tijdelijk aangepast dieet dat de koolhydraten beperkt waarop de bacteriën zich voeden. Het meest onderzochte en aanbevolen dieet hierbij is het low-FODMAP-dieet, dat in drie fasen verloopt:

  • Eliminatiefase (4 tot 6 weken): voeding rijk aan FODMAP’s (bepaalde fermenteerbare koolhydraten) wordt sterk beperkt.
  • Herintroductiefase (6 tot 10 weken): stap voor stap worden voedingsmiddelen opnieuw geïntroduceerd, terwijl je klachten nauwgezet wordt opgevolgd.
  • Individualisatiefase: de voedingsmiddelen die je goed verdraagt, worden in een haalbare hoeveelheid weer een vast onderdeel van je voeding.

Dit is geen permanent dieet: het is een hulpmiddel tijdens de behandeling. Dat is ook nodig, want het low-FODMAP-dieet is van nature onevenwichtig. Langdurig en zonder begeleiding volgen kan leiden tot een tekort aan vezels, calcium, ijzer, zink, foliumzuur, B-vitamines en vitamine D. Ook een glutenvrij of zuivelvrij dieet wordt soms aanbevolen bij SIBO, maar daarvoor bestaat (nog) geen overtuigend wetenschappelijk bewijs van effectiviteit op de overgroei zelf.

Er bestaat ook een zogenaamd “elementair dieet” — een sterk gehydrolyseerde, vloeibare medische voeding die nagenoeg volledig wordt opgenomen voordat ze de bacteriën in de dunne darm bereikt. Hoewel dit in een beperkte studie veelbelovende resultaten liet zien, is het zeer restrictief, moeilijk volhoudbaar in de praktijk en niet zonder risico (waaronder een verhoogd risico op een verstoord eetpatroon). Het wordt daarom niet zomaar aangeraden zonder strikte begeleiding.

Kortom: een dieet zonder begeleiding van een diëtist of therapeut, en zonder de onderliggende oorzaak aan te pakken, kan op termijn net tot ondervoeding leiden in plaats van herstel. Vandaar dat voeding bij Manos altijd wordt gecombineerd met een bredere, begeleide aanpak. Maak hier een afspraak.

SIBO en de verbinding tussen darm en brein

Je darm en je hersenen staan in voortdurend, tweerichtingscontact — via het centrale en het autonome zenuwstelsel, en via je darmflora zelf. Die darmflora kan stoffen aanmaken die het zenuwstelsel kunnen beïnvloeden, en omgekeerd beïnvloedt je zenuwstelsel (denk aan stress) ook hoe je darm beweegt en hoe goed je spijsverteringssappen werken.

Dit verklaart mee waarom chronische stress een rol kan spelen bij het ontstaan of aanhouden van SIBO, en waarom een aanpak die ook het zenuwstelsel meeneemt — zoals nervus vagus therapie of ademhalingstherapie — een waardevolle aanvulling kan zijn op de voedingsgerichte behandeling van SIBO.

Veelgestelde vragen

Is SIBO hetzelfde als het prikkelbare darmsyndroom (PDS)?

Niet helemaal. PDS is een verzamelnaam voor chronische darmklachten zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak. SIBO is wel een aanwijsbare oorzaak: bij een groot deel van de mensen met een PDS-diagnose blijkt SIBO (mede) de oorzaak van de klachten te zijn.

Gaat SIBO over zonder behandeling?

Soms verdwijnen klachten tijdelijk, maar zonder de onderliggende oorzaak aan te pakken keert SIBO meestal terug. Vroegtijdige aanpak voorkomt bovendien verdere schade aan het darmslijmvlies.

Kan stress SIBO veroorzaken?

Stress veroorzaakt SIBO niet rechtstreeks, maar kan de darmbeweging vertragen en de productie van maagzuur en spijsverteringssappen verminderen — beide zijn factoren die een overgroei kunnen vergemakkelijken.

Welke voedingstekorten kan SIBO veroorzaken?

De meest beschreven tekorten zijn vitamine B12, ijzer en de vetoplosbare vitamines A, D en E. Dit komt door schade aan het darmslijmvlies, concurrentie met bacteriën om voedingsstoffen en een verstoorde galzuurstofwisseling.

Hoe lang duurt het om van SIBO te herstellen?

Dat verschilt sterk van persoon tot persoon en hangt af van het type SIBO, de onderliggende oorzaak en hoe lang de klachten al bestaan. Een volledig traject — overgroei aanpakken, darm herstellen, terugval voorkomen — duurt meestal meerdere maanden, en bij sommige mensen wisselen periodes van verbetering en terugval elkaar af.

Deze tekst is informatief opgesteld en vervangt geen medisch advies. Herken je ernstige of aanhoudende klachten, raadpleeg dan ook altijd je huisarts.

Bij wie kan ik terecht voor SIBO-klachten?

Bij Manos voeren we orthomoleculaire testen uit ter bevestiging van een SIBO, zoals een lactulose ademtest en een uitgebreid stoelgangonderzoek. Voor de begeleiding van het volledige traject — voeding, darmherstel en het wegwerken van de onderliggende oorzaak — kan je terecht bij onze orthomoleculaire maag- en darmtherapeut, Kelly Bens.

Onze aanpak

Herken je jezelf in deze klachten? Bij Manos begeleiden we je via orthomoleculaire maag- en darmtherapie, met een aanpak die verder kijkt dan een tijdelijk dieet. Bekijk ook ons volledige behandelaanbod en maak een afspraak om je klachten grondig in kaart te laten brengen. Maak hier een afspraak.

 

Bronnen

Pimentel M, Saad RJ, Long MD, Rao SSC. ACG Clinical Guideline: Small Intestinal Bacterial Overgrowth. Am J Gastroenterol. 2020;115(2):165-178. doi:10.14309/ajg.0000000000000501.

Quigley EMM, Murray JA, Pimentel M. AGA Clinical Practice Update on Small Intestinal Bacterial Overgrowth: Expert Review. Gastroenterology. 2020;159(4):1526-1532. doi:10.1053/j.gastro.2020.06.090.

Hammer HF, Fox MR, Keller J, et al. European guideline on indications, performance, and clinical interpretation of hydrogen and methane breath tests. United European Gastroenterol J. 2022;10(1):15-40. doi:10.1002/ueg2.12133.

Zafar H, Jimenez B, Schneider A. Small intestinal bacterial overgrowth: current update. Curr Opin Gastroenterol. 2023;39(6):522-528. doi:10.1097/MOG.0000000000000971.

Rao SSC, Bhagatwala J. Small Intestinal Bacterial Overgrowth: Clinical Features and Therapeutic Management. Clin Transl Gastroenterol. 2019;10(10):e00078. doi:10.14309/ctg.0000000000000078.

Bures J, Cyrany J, Kohoutova D, et al. Small intestinal bacterial overgrowth syndrome. World J Gastroenterol. 2010;16(24):2978-2990. doi:10.3748/wjg.v16.i24.2978.

Rezaie A, Buresi M, Lembo A, et al. Hydrogen and Methane-Based Breath Testing in Gastrointestinal Disorders: The North American Consensus. Am J Gastroenterol. 2017;112(5):775-784. doi:10.1038/ajg.2017.46.

You’ve got to nourish in order to flourish!

Maak van jezelf de hoogste prioriteit en reserveer je afspraak.